Wachtlijst

Programma en informatie voor deelnemers

Als deelnemer krijgt u toegang tot de besloten website www.npicursus.nl.
Op deze site treft u alle extra cursusinformatie aan zoals bijvoorbeeld het cursusprogramma, eventuele voorbereiding en andere relevante informatie.

Uw contactpersonen bij het NPi

Voor administratieve en algemene vragen:

joke-smit Joke (J.A) Smit
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: 033 421 61 04

Voor inhoudelijke vragen:

michael-schermer Michael (M.P.T.) Schermer
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: 06 15 87 16 73

Themagebied: Lymfologie en oncologie
Doelgroepen: fysiotherapeuten / huidtherapeuten / oedeemfysiotherapeuten
Werkgebied: Eerste lijn / tweede lijn
Startdatum: vrijdag 11 januari 2019
Einddatum: zaterdag 2 februari 2019
Aantal deelnemers: Minimaal 30, maximaal 41
Gem. beoordeling:
(8.2/10)
68 beoordelingen
Studiebelasting: 28 uur
Aantal contacturen: 18
Aantal contactdagen: 3
Taal: Nederlands
Verhouding praktijk en theorie: 50/50
Niveau: verdieping
Cursusnummer: 1904701
Accreditatienummer: 24068
Blended learning: Nee
Masterclass: Nee
Toetsing: Nee
Certificaat: Ja

Videotrailer

Cursusdata

Vrijdagmiddag en -avond 11 januari, zaterdag 12 januari en zaterdag 2 februari 2019

Kosten

Euro 690,- inclusief verzorging en cursusmateriaal, respectievelijk euro 620,- met NPi-kortingskaart

Accreditatie

Deze cursus is geaccrediteerd voor de registers: Algemeen fysiotherapeut (CKR) / Kwaliteitsdeel van het CKR / Keurmerk Fysiotherapie / Oedeemfysiotherapeut (CKR) met 28 punten.

Voorkennis, voorwaarden, ingangsniveau

Fysiotherapeuten die een opleiding in de oedeemtherapie hebben gevolgd en geïnteresseerde huidtherapeuten. Enkele jaren ervaring binnen de lymfologie is een pre.

Beschrijving

Het initiatief tot en de verantwoordelijkheid voor de behandeling van lymfoedeem ligt nu vaak bij de zorgverlener, de professional, zoals de medisch specialist, de verpleegkundige of de paramedicus. Deze stelt de diagnose en bepaalt vervolgens de therapie. De rol van de patiënt is in veel gevallen meer passief van aard. Tegelijkertijd zien we dat de visie op gezondheid verschuift van 'gezondheid als afwezigheid van ziekte' naar 'gezondheid als de capaciteit om te adapteren en je zelf te managen', hetgeen een andere en nieuwe rol vraagt van de patiënt en van de hulpverlener.

Centraal in de visie op zelfmanagement staat de mens met zijn (chronische) aandoening en diens leven. De professionele ondersteuning dient zich te richten op het bevorderen van het zelfsturend vermogen (= het vermogen van mensen om zelf besluiten te nemen en uit te voeren), het versterken van het vertrouwen in eigen kunnen (self-efficacy) en het aanreiken van een methodische aanpak om persoonlijke doelen te realiseren (bron: Baardman et al, Zelfmanagement 2.0., november 2009, NPCF).

In het Chronic care model wordt zelfmanagement als volgt omschreven: Het individuele vermogen om goed om te gaan met symptomen, behandeling, lichamelijke en sociale consequenties van de chronische aandoening en de bijbehorende aanpassingen in leefstijl.
Zelfmanagement is effectief wanneer mensen in staat zijn zelf hun gezondheidstoestand te monitoren en de cognitieve, gedragsmatige en emotionele reacties te vertonen die bijdragen aan een bevredigende kwaliteit van leven.

Centraal in de theorievorming over zelfmanagement staat het begrip 'self-efficacy'. Self-efficacy (zelfeffectiviteit) staat voor de inschatting van de eigen mogelijkheden op basis van ervaringen met het eigen gedrag. De patiënt moet vanuit een voldoende mate van zelfeffectiviteit komen tot 'zelfmanagement': het zoveel mogelijk zelf oplossen van problemen, door kennis op te doen, vaardigheden te leren, zelf actief te zijn binnen de behandeling en indien nodig hulp te vragen. Binnen zelfmanagementprogramma's is het verhogen van de zelfeffectiviteit (de gepercipieerde competentie / self-efficacy expectancies) het belangrijkste doel.

Op het niveau van de patiënt leidt deze toegenomen zelfeffectiviteit tot een verbetering van het gezondheidsgedrag en daarmee tot verbetering van de ervaren gezondheidstoestand. Op het niveau van de overheid sluit zelfmanagement aan bij de programmatische aanpak, gericht om de zorg in alle fasen van 'chronisch ziek zijn' tot een sluitende keten te maken in de zin van vroegtijdige onderkenning, preventie, zelfmanagement en goede zorg. Op het niveau van de hulpverlener ontwikkelen zelfmanagement-praktiserende chronisch zieken een grotere 'zelfredzaamheid' en ervaren meer grip op hun leven. Dit neemt hulpverleners (medici, paramedici en verplegers) werk uit handen, maar vraagt tegelijkertijd een andere aanpak van hen. Hulpverleners moeten leren verantwoordelijkheden te delen, over te dragen en los te laten en de patiënten te 'empoweren'.

In de in 2014 verschenen richtlijn Lymfoedeem hebben het Chronic care model en zelfmanagement een duidelijke plaats verworven.

Cursusinhoud:

In de cursus komen o.a. de veranderende visie op gezondheid, de theoretische constructen van zelfmanagement en het Chronic care model aan bod, waarbij er ruim aandacht wordt geschonken aan gedragsverandering en beïnvloedingsmogelijkheden. Ook de plaats van zelfmanagement binnen de richtlijn Lymfoedeem, begrippen als gezondheidsvaardigheden, de rol van patiëntenorganisaties, digitale ondersteuningsmogelijkheden en de vereiste competenties van de hulpverlener worden besproken.
De theorie vormt de basis voor de praktijk. Hierbij komen o.a. onderstaande vragen, maar zeker ook de actuele vragen van de deelnemers aan bod:
- hoe geef ik zelfmanagement een plaats binnen mijn behandelingen?
- hoe communiceer ik nu en wat kan daarin anders, opdat ik de patiënt werkelijk empower?
- hoe kan ik inschatten waar de patiënt 'zit' in zijn veranderingsproces en hoe kan ik zijn of haar verandermogelijkheden inschatten?
- hoe kan ik de omgeving (social support) meer betrekken?
- welke hulpmiddelen zijn er en wanneer gebruik ik welke?t
- kan zelfmanagement in groepen worden aangeboden?
- wat speelt er als ik met groepen ga werken? Beschik ik dan over voldoende vaardigheden, etc.

Tot slot wordt aandacht besteed aan de organisatorische kant van zelfmanagement-cursussen. Hoe organiseer ik dat nu in mijn eigen praktijk, regio, etc.

Samenwerking met Stichting Lymfologie Centrum Nederland

Deze cursus is ontwikkeld door de Stichting Lymfologie Centrum Nederland, waarmee het NPi in het voorjaar van 2015 een samenwerking is aangegaan. De SLCN heeft als doel om kennis en ervaring omtrent lymf- en lipoedeem te verzamelen en ter beschikking te stellen aan hen die te maken hebben met lymfologische aandoeningen en lymfoedeem in het bijzonder, waaronder hulpverleners en patiënten(-organisaties).

Doel

Na de cursus beschikt de cursist over kennis, inzichten en vaardigheden die het mogelijk maken zelfmanagement een volwaardige plaats te geven binnen de individuele lymfoedeembehandeling. Tevens beschikt de cursist na afloop over kennis, inzichten en vaardigheden, die het mogelijk maken een zelfmanagementcursus te geven aan en te organiseren voor groepen cliënten met lymfoedeem in alle fasen van de behandeling.

Didactische werkwijze

Hoor- en responsiecollege, verwerkingsopdrachten, casuïstiek, vaardigheidstraining

Docenten

  • mw. S.C.C. van Beusekom, huidtherapeut, oedeemtherapeut
  • mw. E.R. Brouwer, compressiespecialist lymfoedeem
  • mw. A.M. Fleming, MA, Post MSc, gezondheidszorgpsycholoog BIG
  • A.A. Hendrickx, fysiotherapeut
  • mw. H.R. Schollema-Noordhof, fysiotherapeut
  • mw. N. de Waard, opleidingsadviseur, MI-trainer
  • mw. I. Zonderland, hoofd Expertisecentrum Lymfo-vasculaire geneeskunde, MI-trainer

Cursusleiding

  • mw. E.R. Brouwer, compressiespecialist lymfoedeem
  • A.A. Hendrickx, fysiotherapeut
  • Michael (M.P.T.) Schermer, Nederlands Paramedisch Instituut

Locatie

  • Conferentiecentrum Kaap Doorn (route)
Deze cursus maakt deel uit van onderstaande leerlijn:
Leerlijn

Beoordeling door cursisten

Vraag 1: Welke beoordeling geeft u de cursus in het algemeen?

Vraag 2: In welke mate beschikte(n) de docent(en)/spreker(s)* over de benodigde vakinhoudelijke kennis en vaardigheden?

Vraag 3: In welke mate is het geleerde toepasbaar in uw huidige of toekomstige beroeps- en/of functie-uitoefening?

Vraag 4: Hoe luidt uw oordeel over de organisatie tijdens de scholingsactiviteit (denk aan accommodatie, bereikbaarheid, kwaliteit van opleidingsruimten, hoeveelheid pauze, cursustijden, verzorging etc.)?

Vraag 5: Zou u het volgen van deze scholingsactiviteit aanbevelen aan collega's?

Telefoon E-mail Locatie Twitter Facebook LinkedIn Instagram Vimeo