|
Kwaliteit en doelmatigheid
Ontwikkeling richtlijn 'Behandeling van dysfagie bij verpleeghuisbewoners met chronisch-neurologische aandoeningen' Er is een multiprofessionele richtlijn 'Behandeling van dysfagie bij verpleeghuisbewoners met chronisch-neurologische aandoeningen' ontwikkeld. De Nederlandse Vereniging van VerpleeghuisArtsen (NVVA) heeft een richtlijn ‘Slikproblemen’ voor verpleeghuisartsen ontwikkeld. Het implementeren van vakinhoudelijke kennis onder logopedisten, diëtisten en verpleeghuisartsen is slechts één onderdeel van het optimaliseren van zorg. Het verspreiden van relevante kennis en vaardigheden over àlle (beroeps)groepen die met slikproblemen te maken hebben, is een volgend onderdeel. Daarnaast is het creëren van een transparante zorgstructuur in het verpleeghuis van belang. In vervolg op dit project is verder gewerkt aan de proefimplementatie.
Proefimplementatie 'Verantwoorde zorg voor verpleeghuisbewoners met slikproblemen' Onderzocht is of 'begeleide implementatie' en 'gefacilieerde, maar niet-begeleide implementatie' leiden tot verschillen in uiteindelijk gebruik van de multiprofessionele richtlijn. Doelgroepen waren logopedisten, diëtisten en verpleeghuisartsen, met drie doelstellingen:
- Het implementeren van de richtlijn onder logopedisten, diëtisten en verpleeghuisartsen.
- Het verspreiden van relevante kennis en vaardigheden onder àlle (beroeps)groepen die met slikproblemen te maken hebben.
- Het creëren van een transparante zorgstructuur in het verpleeghuis.
De resultaten lieten onder meer zien dat er veel is verbeterd en dat de huizen in het begeleide traject veel verder waren met hun implementatie dan de niet-begeleide huizen. Toch zijn er nog vele punten die verbetering behoeven, met name bij de directe zorg rond de maaltijd. In beide projecten is samengewerkt met NVVA, NVD, NVLF, LCVV, AVVV (nu V&VN), Arcares (nu ActiZ), patiëntenorganisaties als de Parkinson Vereniging en de Nederlandse Vereniging Belangenbehartiging Verpleeghuisbewoners (NVBV). Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg
Wandkaart 'Eerste hulp bij verslikken' Verpleeghuisbewoners met slikproblemen verslikken zich veelvuldig in eten en drinken. Personeel en vrijwilligers weten vaak niet goed hoe zij bij verslikken eerste hulp kunnen bieden. Ook voelt het merendeel zich te onzeker om te helpen. De wandkaart 'Eerste hulp bij verslikken', ontwikkeld in het project richtlijnontwikkeling, was toe aan een update. Met subsidie van ZonMw is de wandkaart in 2006 opnieuw vormgegeven aan de hand van de laatste inzichten op het terrein van verslikken en reanimatie. Aan de wandkaart is een notitie toegevoegd met informatie over het zoveel mogelijk voorkomen van verslikken, hulp bij eten en drinken en hulp bij verslikken. Vanuit Duitsland is belangstelling getoond om de producten te vertalen en in Duitsland te verspreiden. Samenwerking met: NVVA, NVD, NVLF, AVVV, ActiZ, Oranje Kruis, Sting, Vereniging van Voedingsassistenten. Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg
Whiplash; een gerandomiseerd onderzoek Er is nagegaan of een vroegtijdige behandeling/begeleiding door de fysiotherapeut van patiënten met een nekletsel van het whiplashtype het functionele herstel bevordert, in vergelijking met de behandeling / begeleiding door de huisarts. Het onderzoek werd uitgevoerd onder een groep patiënten die vier weken na het ongeval nog klachten had. De patiënten, die na vier weken klachtenvrij waren, werden gevolgd in de tijd om te zien in welke mate het herstel blijvend was. Daarnaast werd gezocht naar predictors voor het behandelingsresultaat. De onderzoeksopzet was een prospectief gerandomiseerd experiment. De resultaten laten zien dat het behandelen van whiplashpatiënten volgens het specifieke protocol in het onderzoek evengoed door huisartsen als door fysiotherapeuten kan gebeuren. Bij vergelijking van de behandelresultaten komen er geen belangrijke verschillen naar voren. Wel rapporteerden patiënten die door huisartsen waren behandeld een jaar na het ongeval een grotere mate van herstel en bleken zij hun klachten beter te kunnen hanteren. Bij door de fysiotherapeut behandelde patiënten met nekklachten was de beweeglijkheid van de nek na drie maanden beter. Verder zijn o.a. opleidingsniveau, veel nekpijn, slaapproblemen en niet werken ongunstige factoren voor een snel herstel. Gezien de resultaten wordt scholing van huisartsen in het whiplashprotocol aanbevolen. Fysiotherapeuten moeten meer aandacht hebben voor het activiteitenniveau van patiënten en voor psychosociale factoren. In 2004 is het project afgerond met de promotie van mevrouw drs. G.G.M. Scholten-Peeters. Er is samengewerkt met het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen, het Willem Alexander Ziekenhuis te 's Hertogenbosch, het Rijnstate Ziekenhuis te Arnhem en Ziekenhuis Rivierenland te Tiel.
Implementatie kwaliteitsproducten NVRL --> NVMBR Met het oog op de (verdere) implementatie van de door de NVMBR ontwikkelde kwaliteitsinstrumenten is geïnventariseerd of en in welke mate de radiotherapeutisch en radiodiagnostisch laboranten, medisch nucleair werkers en echografisten op de hoogte zijn van het kwaliteitsbeleid van de NVMBR en de producten die dit beleid heeft opgeleverd. Nagegaan is in hoeverre men ze bruikbaar en zinvol vond. Tevens is onderzocht welke waarde aan dit kwaliteitsbeleid wordt gehecht. Daarnaast is inzicht verkregen in de belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie van het kwaliteitsbeleid en de kwaliteitsproducten.
Voorlichtingsboekjes t.b.v. schriftelijke cursussen AccreDidact Het NPi heeft voor schriftelijke nascholing brochures ontwikkeld en uitgegeven met de onderwerpen Whiplash, Artrose heup/knie, chronisch enkelletsel, Voorlichting I + II, Lage-rugpijn, Ziekte van Parkinson en CANS (RSI). gebaseerd op KNGF-richtlijnen.
Kwaliteit geïmplementeerd (diëtetiek) Om de stand van zaken met betrekking tot een implementatie van de kwaliteitsborgingsnorm in de diëtetiek en de behoefte aan ondersteuning daarbij te inventariseren, is een enquête gehouden in praktijken en op afdelingen diëtetiek. De resultaten van deze inventarisatie zijn in 2000 gepubliceerd in het rapport 'Kwaliteit geïmplementeerd?'.
Zorg op Maat door innovatie van opleidingen en beroepen Innovatie van de curricula van zeven paramedische opleidingen met betrekking tot de drie hoofdthema's samenwerking en communicatie, efficiency en effectiviteit van zorg, en professionalisering. Op basis van literatuuronderzoek en inventarisaties bij opleidingen zijn onderwijsmodules in de vorm van halffabrikaten ontwikkeld, in eerste instantie voor de studierichtingen ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, medische beeldvormende radiotherapeutische technieken, mondhygiëne, podotherapie en voeding/diëtetiek. Waar mogelijk is rekening gehouden met de bruikbaarheid voor de paramedische beroepsopleidingen die niet direct bij het project betrokken waren. De implementatie is in 2001 afgerond. De ontwikkelde modules zijn:
- Cliëntgerichte communicatie
- Clinical reasoning
- Eenheid van taal
- Effectiviteit en doelmatigheid van de organisatie
- Effectiviteit en doelmatigheid van het inhoudelijk handelen.
Indicatiestelling paramedische zorg
Paramedische zorg bij chronisch zieken; een multidisciplinair kennissyteem voor huisartsen (PACK), incl. de ontwikkeling van Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraken (LESA's) Het bereiken van consensus van paramedici, patiënten/cliënten en verwijzers over de indicaties voor de verschillende vormen van paramedische zorg bij een viertal chronische aandoeningen: COPD, Diabetes Mellitus type 2, chronisch reuma en m.Parkinson. Het project is uitgebreid met het ontwikkelen van Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraken (LESA's), met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), op basis van de producten van het PACK-project. De LESA's zijn de basis voor concrete samenwerking in de regio door de verschillende partijen. Het project heeft concreet opgeleverd: een LESA Diabetes Mellitus type 2, een LESA COPD, en artikelen over paramedische zorg bij mensen met de Ziekte van Parkinson en bij mensen met Reumatoïde Artritis. De artikelen zijn in voorjaar 2007 gepubliceerd. Samenwerking met CG-Raad, NHG, de beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties. Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg. Relevante links: www.nhg.org
Ergotherapie, Logopedie en Fysiotherapie in de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap (ELF) De hoofddoelstelling was 'Het geven van een zo duidelijk mogelijk beeld (cijfermatig onderbouwd) van ergotherapeutische, logopedische en fysiotherapeutische zorg aan mensen met een verstandelijke handicap zoals die op dit moment wordt geboden, tegen de achtergrond van de huidige ontwikkelingen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten (samengevat in de termen kleinschaligheid, integratie en participatie) en de kwaliteitseisen die aan paramedische zorg worden gesteld'. De subdoelstellingen waren het in kaart brengen van de wijze waarop de indicatiestelling voor ergotherapeutische, logopedische en fysiotherapeutische zorg bij mensen met een verstandelijke handicap verloopt, het verkrijgen van inzicht in de tijdsbesteding van ergotherapeuten, logopedisten en fysiotherapeuten werkzaam in de zorg voor verstandelijk gehandicapten en het in kaart brengen van het individueel gerichte zorgverleningsproces. Het onderzoek was verdeeld in een inventariserende fase en een fase waarin het via registratie verzamelen van gegevens centraal staat, en is uitgevoerd in de periode 1999 tot 2002. Informatie is verzameld over de tijdbesteding van ergotherapeuten, logopedisten en fysiotherapeuten, de individuele ergotherapeutische, logopedische en fysiotherapeutische zorg, en over groepsbehandeling. Het project is uitgevoerd door ‘s Heeren Loo Midden-Nederland, een organisatie voor zorgverlening aan mensen met een verstandelijke beperking (v/h Groot-Schuylenburg), en het NPi in samenwerking met KNGF, NVE en NVLF. Een groot aantal ergotherapeuten, logopedisten en fysiotherapeuten afkomstig uit zo’n 50 instellingen voor zorg aan mensen met een verstandelijke handicap was bij Fase 2 betrokken. Projectleider: dr. Y.F. Heerkens
Ontwikkeling Richtlijn voor Indicatiestelling en het Verstrekkingsproces van Orthopaedische Orthesen (ORIVOO) Het doel van dit project was het ontwikkelen en toetsen van richtlijnen voor een gefundeerde indicatiestelling en verstrekkingsproces van knie-, enkel-, elleboog- en polsorthesen. In het project zijn de volgende fasen doorlopen:
- Fase a Inventarisatie van aard en omvang van relevante diagnosen/afwijkingen.
- Fase b Inventarisatie van gespecificeerde indicatiestellingen/behandeldoelen per orthese in termen van opheffen c.q. verminderen c.q. compenseren van problemen in het functioneren (in termen van stoornissen, beperkingen en participatieproblemen).
- Fase c Effectiviteitsonderzoek met betrekking tot orthopedische orthesen ten behoeve van de onder a aangeduide diagnosen en op basis van de onder b ontwikkelde specifieke indicatiestellingen/ behandeldoelen.
- Fase d Opstellen van concept richtlijnen 'orthopedische orthesen' en integratie tot een pakket aan concept richtlijnen.
- Fase e Marginale toetsing van de concept richtlijnen.
Onderzoeksmethoden:
- systematisch literatuuronderzoek (fase a, b, c);
- gestructureerde interviews (fase c);
- drie elektronische Delphi-ronden (fase c);
- opinion based workshops (fase d);
- een beperkt toetsingsonderzoek in het veld (fase e).
Uitvoerder was het instituut Roessingh Research and Development (RRD) in samenwerking met een onderzoekgroep vanuit de revalidatiegeneeskunde (van het Centrum voor Revalidatie van het UMC Groningen) en een onderzoekgroep vanuit de orthopedie (van het AMC Amsterdam). Projectleider vanuit het NPi: dr. Y.F. Heerkens
Fysiotherapie bij ouderen in Amsterdam Er is inzichtelijk gemaakt hoe ouderen in Amsterdam, die fysiotherapie in de eerste lijn krijgen, kunnen worden gekarakteriseerd in termen van relevante variabelen (hulpvraag, gezondheidstoestand, functioneren, omgeving). Tevens werd getracht om te komen tot herkenbare 'typen' ouderen en om per 'type' aan te geven hoeveel zittingen fysiotherapie, in welke vorm (groepsverband, individueel) en in welke frequentie nodig zijn om de gezondheidstoestand te verbeteren dan wel te stabiliseren en - waar relevant - opname in een verpleeghuis uit te kunnen stellen. Samenwerking met Agis Zorgverzekeringen Amsterdam en RGF-AMA: RGF Amstel & Meerlanden en Amsterdam. Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg
Ontwikkeling van een artsenwijzer indicaties podotherapie De ontwikkeling van een artsenwijzer met indicaties podotherapie, opdat meer duidelijkheid ontstaat over de zorg die podotherapeuten kunnen leveren. Aan de hand van literatuur en overleg met de beroepsgroep en de opleiding Podotherapie zijn daartoe de belangrijkste indicatiestellingen podotherapie geïnventariseerd en is als vervolg hierop een artsenwijzer ontwikkeld. De artsenwijzer bestaat uit een algemeen deel, waarin wordt ingegaan op het beroep podotherapeut, doelstellingen, werkwijzen en verrichtingen. In het specifieke deel is aangegeven bij welke klachten/problemen podotherapie zinvol kan zijn en welke verrichtingen (meestal) deel zullen uitmaken van de behandeling.
Actualisering Artsenwijzer diëtetiek Het onderhouden en verder ontwikkelen van de website/publicatie 'Artsenwijzer diëtetiek', waarin onder meer wordt beschreven wat bij de verschillende ziektebeelden het voorkeursmoment is voor verwijzing van de patiënt naar de diëtist. Via www.nvdietist.nl/artsenwijzer is de Artsenwijzer digitaal bereikbaar. In de actualisering zijn de terminologie in de Artsenwijzer met de voor de diëtetiek ontwikkelde classificaties in overeenstemming gebracht. Verder zijn plannen ontwikkeld voor de toekomst, zoals het ontwikkelen van een patiëntenversie, een nieuwe Artsenwijzer diëtetiek in boekvorm en een Artsenwijzer diëtetiek op CD-Rom.
Indicatiestelling en behandeling van kinderen bij kinderfysiotherapeuten in de eerste lijn Zicht krijgen op de omvang en aard van de problematiek van kinderen die naar een kinderfysiotherapeut worden verwezen, en op de omvang, doelstellingen en aard van de fysiotherapie bij deze problematiek. Gericht op het inventariseren van de patiëntenpopulatie van kinderfysiotherapeuten in de eerstelijn met een aantal patiënt- en zorgverleningsaspecten. In totaal zijn door 163 kinderfysiotherapeuten in de eerstelijn, landelijk verspreid, gegevens verzameld over 687 kinderen. De gemiddelde leeftijd van de onderzochte kinderen was 4,5 jaar. Hiervan was 30% 0 tot 18 maanden oud en 60% betrof basisschoolkinderen; ruim 66% van alle kinderen waren jongens. Opvallend was de complexiteit van de problemen van de kinderen. Een hoog percentage heeft, naast een motorische ontwikkelingsachterstand, gedragsproblemen, kan zich moeilijk concentreren en leren, maar wordt ook behandeld voor spraak- en hoorproblemen. De kinderfysiotherapeuten hebben naast therapeutische ook opvoedkundige taken. Ook vergt samenwerking met ouders en leerkrachten van het kind veel extra inspanning van de kinderfysiotherapeut. De aanbevelingen uit het onderzoek zijn er onder meer op gericht (screenings)instrumenten te ontwikkelen, zoals:
- een instrument voor het onderscheiden van kinderen die - in de eerste lijn - enkelvoudige kinderfysiotherapie dan wel multiprofessionele zorg nodig hebben;
- een instrument om (motorische) ontwikkelingsstoornissen bij kinderen op te sporen, met name na ziekenhuisopname;
- eenvoudige suggesties en handvatten voor 'meer bewegen' van kinderen voor medewerkers van peuterspeelzalen, crèches, ouders.
Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg. Samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Fysiotherapeuten in de Kinder- en Jeugdgezondheidszorg (NVFK). Het eindrapport van het project kan bij het NPi worden besteld.
Aanpassing Amsterdams DienstenModel aan recente ontwikkelingen Aanpassing van het Amsterdams Dienstenmodel aan recente ontwikkelingen. Bij Agis Zorgverzekeringen Amsterdam en RGF-AMA (RGF Amstel & Meerlanden en Amsterdam) is het Amsterdams Dienstenmodel in gebruik als alternatief voor de beperkende maatregel. Dit model wordt voortdurend aangepast aan ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Het NPi draagt bij aan (hernieuwde) implementatie van het Dienstenmodel na wijzigingen, het doen van onderzoek rond vraagstellingen vanuit het Dienstenmodel en breed bekendmaken van de resultaten daarvan, en het up-to-date houden van het Dienstenmodel. Projectleider: dr. C.D. van Ravensberg
Revalidatie van de verbrande hand Op verzoek van de Nederlandse Brandwonden Stichting is de behandeling van patiënten met brandwonden in de drie brandwondencentra in Nederland (Beverwijk, Groningen, Rotterdam) geëvalueerd. In Fase 1 is het registratiesysteem ontwikkeld voor het uniform vastleggen van alle relevante gegevens van patiënten met brandwonden aan de hand(en) in de drie Nederlandse brandwondencentra. In Fase 2 is het registratietraject uitgevoerd (3 jaar). In Fase 3 zijn de data geanalyseerd op verschillen in interventies (bijv. in aard, duur en frequentie van behandelen) en eventuele invloed op de uiteindelijke functie van de hand. Er is samengewerkt met de Werkgroep Paramedische Beroepen van de drie brandwondencentra in Nederland. Het onderwerp van het project is eveneens relevant voor de ergotherapie; deze beroepsgroep werd vertegenwoordigd in de begeleidingscommissie van het project. Projectleider: drs. H.W.A. Wams
Functieprofiel Fysiotherapeut in de Geriatrie Het ontwikkelen van een functieprofiel van de fysiotherapeut in de geriatrie op basis van het 'Model Functieprofiel Verbijzonderingen Fysiotherapie (2004)'. De projectuitvoering gebeurde door een projectgroep vanuit de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Geriatrie (NVFG) en een medewerker van het NPi (projectleiding). Het KNGF droeg zorg voor interne afstemming om draagvlak te waarborgen voor uiteindelijke acceptatie van de functieprofielen.
Functieprofiel Bekkenfysiotherapeut Het ontwikkelen van een functieprofiel van de bekkenfysiotherapeut op basis van het 'Model Functieprofiel Verbijzonderingen Fysiotherapie (1999)'. Het project is uitgevoerd door een projectgroep vanuit de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenbodemproblematiek en pre- en postpartum gezondheidszorg (NVFB) en een medewerker van het NPi (projectleiding). Het KNGF droeg zorg voor interne afstemming om zodoende draagvlak te waarborgen voor uiteindelijke acceptatie van de functieprofielen.
Actualiseren Beroepsprofiel Logopedist Voor het actualiseren van het uit 1991 daterende Beroepsprofiel Logopedist is de actualiteit van de beschreven taakgebieden en beroepstaken onderzocht en is nagegaan of er taakgebieden en beroepstaken ontbreken. Naar aanleiding daarvan zijn niet zozeer de taakgebieden en beroepstaken geactualiseerd, maar zijn (kern)competenties geformuleerd waarover de logopedist beschikt/kan beschikken, afhankelijk van het werkveld.
Beslisboom hartfalen Het NPi heeft meegewerkt aan het opstellen van een Beslisboom Hartfalen: een overzicht voor huisartsen, cardiologen, hartfalenverpleegkundigen en praktijkondersteuners over indicaties voor diëtistische zorg bij patiënten met hartfalen. Het was een project van de Werkgroep Diëtisten Cardiologie en de NVD, gesubsidieerd door de Nederlandse Hart Stichting. Het NPi ontwikkelde samen met de diëtisten een beslisboom met (wetenschappelijke) onderbouwing en een systeem om 'achterliggende informatie' via een venster aan te klikken. Het geheel is geplaatst op websites van de NVD en gekoppeld aan de artsenwijzer diëtetiek.
|