Fitheid verstandelijk gehandicapten
Verstandelijk gehandicapten trainen naar fitheid - een literatuurstudie
Auteurs:     Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. , Helmi van Hirtum, Sylvia van den Heuvel

Samenvatting: Resultaten van een literatuurstudie naar effecten van fysieke training bij mensen met een lichte tot matige verstandelijke handicap geven sterk bewijs voor verbetering van conditie, spierkracht, uithoudingsvermogen en activiteitenniveau. Aanbevolen wordt een Gezond-Leven-programma (GL-programma) voor deze doelgroep te ontwikkelen vanuit de fysiotherapie.

Abstract
Bij een verstandelijke handicap (VH) is het IQ < 70/75 en zijn er beperkingen in activiteiten, beide reeds duidelijk vóór het 18e jaar. Vaak is er een syndroom zoals dat van Down. Een VH komt voor bij ca. 1% van de Nederlandse bevolking. Mensen met VH hebben veelal obesitas (34,6%) en geringe fysieke fitheid. Zij hebben hoge risico’s op gezondheidsproblemen, valincidenten en vroegtijdige afhankelijkheid in ADL. Er zijn echter weinig tot geen Gezond-Leven-programma's (GL) voor deze doelgroep. Gezien de complexiteit van de syndromen is een causaal verband tussen meer bewegen en betere fysieke fitheid niet zonder meer aan te nemen. Ook is onduidelijk of de doelgroep te motiveren is om zich fysiek voldoende in te spannen - gezien de veelal sedentaire leefstijl - en of dat veilig is gezien de multimorbiditeit.

Doel
Een literatuurstudie naar positieve en negatieve effecten van fysieke training bij mensen met een lichte tot matige VH.

Methode
De databases 1990-2008 van PubMed (MEDLINE), EMBASE, the Cochrane Library, CINAHL and PEDro en DocOnline zijn doorzocht met trefwoorden op fitheidsparameters en syndromen met VH. Relevante studies zijn door 2 onderzoekers onafhankelijk beoordeeld volgens de wetenschappelijke procedures.

Resultaat
Uit de tien getraceerde artikelen van goede kwaliteit (3 SR's, 5 RCT’s en 2 (C)CT’s) blijkt:

  • Sterk bewijs van positieve effecten van training op: 1. cardiovasculair uithoudingsvermogen; 2. spierkracht; 3. spieruithoudingsvermogen en 4. activiteiten.
  • Matig bewijs: 1. grotere lenigheid; 2. geen negatieve trainingseffecten.
  • Andere effecten: betere algemeen motorische vaardigheden, attitude voor trainen, welbevinden, minder depressie; zelfstandigheid in gebruik van fitnessapparatuur; participatie aan bewegingsactiviteiten elders, minder sociaal ongewenst gedrag.

Discussie/conclusie
Aandachtspunten voor training zijn: langduriger behoud van resultaten, externe motivatie door beloningssystemen, veiligheidsmaatregelen, stapsgewijze opbouw naar zelfstandig trainen en betrekken van verzorgers bij leefstijlverbetering. Conclusie is dat ook mensen met VH door training een verbetering van hun fysieke fitheid en dagelijks functioneren realiseren. Gezien de multimorbiditeit en de benodigde randvoorwaarden is training onder begeleiding van een deskundige FT/OT noodzakelijk. Aanbeveling: Ontwikkeling van een GL-programma, gericht op de mogelijkheden van de doelgroep, rekening houdend met multimorbiditeit, de VH en benodigde randvoorwaarden.

(NPi - Amersfoort, november 2009, FysioCongres)

 
U bent hier > Onderzoek & Innovatie > Nieuws
Groter Kleiner Normaal