Effecten van fysiotherapie bij verpleeghuisbewoners - een literatuurstudie Auteurs: Sylvia van den Heuvel,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
, Hans Hobbelen, Ria Nijhuis-van der Sanden
Samenvatting: De literatuurstudie naar effecten van fysiotherapie (FT) bij ouderen leverde 82 documenten van voldoende kwaliteit op. Er is voldoende bewijs dat ook bij de verpleeghuispopulatie met multimorbiditeit FT zeer zinvol kan zijn en er zijn voldoende aanwijzingen dat de rol van de FT in het verpleeghuis bij (secundair) preventieve bewegingsactiviteiten verder uitgewerkt dient te worden.
Abstract Uit een studie van het Nivel bleek een grote variatie tussen verpleeghuizen in het percentage verpleeghuisbewoners dat wel of geen fysiotherapeutische zorg ontvangt. De variatie betrof met name bewoners op verblijfsafdelingen, die in de chronische fasen van aandoeningen verkeren en bij wie vaak multimorbiditeit is. Het WCF verstrekte subsidie om uit te zoeken welke evidentie er is voor FT bij de doelgroep. Deze literatuurstudie is een deel van het totale onderzoek naar indicatiestelling bij verpleeghuisbewoners, een samenwerkingsverband van Nivel, VU-EMGO, UMC St Radboud en NPi.
Doel/Vraagstelling Welke evidentie is er voor de effectiviteit van fysiotherapeutische interventies toegepast bij verpleeghuisbewoners met één of meer van de volgende aandoeningen: COPD, reumatoïde artritis, decubitus, cardiovasculaire aandoeningen, of osteoporose, ‘neuromuscular diseases’, ‘multiple sclerosis’, ‘Parkinson’s disease’ en ‘amyotrophic lateral sclerosis, dementie, depressie en CVA, of verpleeghuisbewoners die behoren tot de groep ‘frail elderly’?
Methode De databases PubMed, EMBASE, CINAHL en Cochrane Library zijn doorzocht met termen vastgesteld via de PICO-methode. FT-richtlijnen zijn gezocht in literatuurbronnen van KNGF, CBO, EBRO, NGC-guidelines en NVVA. Stappen waren: 1. richtlijnen en systematic reviews (SR) vanaf 2004; 2. indien onvoldoende: zoeken naar SR’s 1990 - 2004 en latere RCT's; 3. Indien geen SR’s dan RCT’s; 4. onafhankelijke beoordeling kwaliteit door 2 personen, geschoold in de wetenschappelijke procedures.
Resultaten De literatuurstudie leverde 82 kwalitatief goede documenten op: 8 richtlijnen, 12 cochrane reviews, 44 SR’s en 18 RCT’s. Er is voldoende bewijs dat FT interventies - met name kracht en duurtraining - ook bij de verpleeghuispopulatie met multimorbiditeit en verkerend in de chronische fasen van aandoeningen effect heeft op het gebied van functies, activiteiten en participatie en ervaren kwaliteit van leven. Het gaat om behoud en verbetering van het functioneren en preventie van achteruitgang. De inhoud van de FT-interventie, de behandelfrequentie en de intensiteit moeten nauwkeurig aan de sub-doelgroepen worden aangepast.
Conclusie/discussie Er is de laatste jaren veel bewijslast voor Ft-interventies gevonden. De resultaten moeten een plaats krijgen in het FT klinisch redeneren met differentiatie in oefeninterventies met voldoende intensiteit. Daarnaast moet de rol van de FT in het verpleeghuis verder uitgewerkt worden.
(NPi - Amersfoort, november 2009 t.b.v. FysioCongres) |