|
Beter worden in screenen? Korte cursussen ‘patroonherkenning’ voor eerstelijns fysio- en oefentherapeuten |
|

Sinds de introductie van de directe toegankelijkheid is het van cruciaal belang dat eerstelijns fysiotherapeuten en oefentherapeuten beschikken over goede screeningsvaardigheden. Daartoe dienen zij de diverse ‘pluis’- en ‘niet pluis’-patronen van de lage-rug, de nek, de schouder, de knie, etc. te kunnen herkennen en hierop te anticiperen. Om u hierin (verder) te bekwamen, biedt het NPi u de mogelijkheid om deel te nemen aan verschillende eendaagse cursussen:
Patroonherkenning: knie op maandagmiddag en -avond 18 oktober 2010 Patroonherkenning: schouder op vrijdag 12 november 2010 Patroonherkenning: nek (precieze datum nog niet bekend). Patroonherkenning: lage-rug (precieze datum nog niet bekend).
Tijdens deze cursussen worden in één dag veel patronen betreffende de knie, resp. de schouder, de nek of de lage-rug aan de orde gesteld, zowel niet geïndiceerd (‘niet pluis’) als wel geïndiceerd (‘pluis’) voor verder fysiotherapeutisch onderzoek.
Voor nadere informatie over deze cursussen klikt u op de bovenstaande cursustitels. Via de betreffende links kunt u zich inschrijven voor de reeds geplande cursussen (‘Patroonherkenning: knie’ en ‘Patroonherkenning: schouder’) dan wel vrijblijvend uw belangstelling aangeven voor de nog niet geplande cursussen (‘Patroonherkenning: nek’ en ‘Patroonherkenning: lage-rug’).
Impressie van een deelnemer “Ik nam deel aan de cursus ‘Patroonherkenning: schouder’. Het bleek een zinvolle cursus. Aan de hand van casuïstiek van cliënten met schouderklachten wordt om te beginnen het screeningsproces besproken. Hoe beoordeel je als een patiënt zich direct bij je aanmeldt: of het ‘pluis’ is of ‘niet pluis’, dat wil zeggen of die persoon zich terecht bij jou heeft aangemeld of dat het probleem niet bij jou thuishoort. Van de aanwezige fysio- en oefentherapeuten wordt een interactieve rol gevraagd, waardoor er een leerzame uitwisseling van gedachtegangen plaatsvindt. Naast het screeningsproces worden de meest voorkomende schouderklachten besproken, gericht op met name het gaan herkennen van de patronen die daarbij horen, ingedeeld naar symptomen, tekens en ontstaanswijze. Verder is er voldoende ruimte om het diagnostische proces bij de verschillende voorgelegde patronen te bespreken en waar nodig verder in te gaan op het anatomische begrippenkader. Een erg waardevolle dag, waarop je naar mijn idee een goede basis legt voor het diagnosticeren van schouderklachten, zowel in het geval van DTF resp. DTO, als bij doorverwijzing. Ik heb zelf deze dag gekozen om een basis te leggen waardoor ik me weer de verschillende klachtenbeelden met de daarbij behorende patronen eigen kan maken. Onbekend is onbekwaam en dus is deze kennis essentieel voordat ik mijzelf verder ga verdiepen in de verscheidenheid aan behandeltechnieken.”
|